|
Historiek
De Bisschop:
vier generaties respect voor traditie.
De
kledingmarkt bestaat uit drie grote segmenten. De voor veel mensen
onbetaalbare haute couture. De industriële confectie voor de minder
gegoeden. En daartussen de betere kleding van de hand van
meester-kleermakers.
De familie de Bisschop behoort tot deze laatste
groep.
Het verhaal van de dynastie de Bisschop begint in
het Vlaams-Brabantse Teralfene, met de geboorte van Franciscus de
Bisschop in 1876. Als zoon van een landbouwer, leert de ondernemende
en intelligente Franciscus de stiel bij een kleermaker.
Zijn vrouw Maria Dierickx neemt het administratieve en financiële
beheer waar, en steekt tevens een handje toe in het atelier. Van hun
zes kinderen, gaan de drie zonen het vak van kleermaker leren,
terwijl de oudste zoon Alfons snijder wordt.
Steeds dichter bij de klant.
Al
spoedig opent de familie een groot maatatelier in het naburige
Liedekerke. Als verantwoordelijke voor de snit bekleedt Alfons een
sleutelpositie. Na W.O. II begint hij met vrouw en kinderen een
eigen, bloeiende zaak te Anderlecht. Naar het voorbeeld van zijn
vader, stuurt Alfons zijn zoon Frans naar de beste scholen.
In 1959 studeert Frans af met de hoogste
onderscheiding als kleermaker. Daarna bekwaamt hij zich nog in de
boekhouding.
Voor de Expo in 1958 wordt de kleding van de
hostesses en gidsen van het Amerikaanse paviljoen toegewezen aan
Frans de Bisschop. Tijdens de golden sixties kent de zaak zoveel
succes, dat een verhuis naar de Zuidlaan te Brussel zich opdringt.
Om
bij te blijven mengt Frans zich in het Parijse haute couturemilieu
en bezoekt hij de modebeurs van Keulen. Daar koopt hij één van de
meest geavanceerde knoopsgatenmachines uit die tijd.
In de jaren '70 neemt Frans de firma De Coster
over. Zo verwerft hij het leeuwendeel van de markt van de uniformen
voor politie- en brandweerkorpsen, fanfares, luchtvaart- personeel
en administraties. |